AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2018 » Tweede Kamer vraagt naar overgangsregeling bijtelling elektrische auto
Bookmark and Share

Tweede Kamer vraagt naar overgangsregeling bijtelling elektrische auto

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën antwoordt de Tweede Kamer dat het verschil in bijtelling tussen nieuw en oudere elektrische auto’s inherent is aan de Wet Uitwerking Autobrief II.

Vanuit de Tweede Kamer kwam de vraag of het klopt dat voor oudere elektrische auto’s van de zaak een hogere bijtelling voor privégebruik geldt dan voor nieuwe en, zo ja, of een oplossing mogelijk is.

Menno Snel antwoordt dat vanaf 1 januari 2017 voor nieuwe auto’s een bijtellingpercentage geldt van 22% van de catalogusprijs van de auto terwijl voor auto’s met een datum van eerste toelating van vóór 1 januari 2017 een bijtellingpercentage geldt van 25%. Het klopt dus dat de bijtelling voor oudere auto’s van de zaak hoger kan zijn dan voor nieuwere. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om een elektrische auto of om een benzine-, gas- of dieselauto.

Voor elektrische auto’s geldt vervolgens een korting op de bijtelling. Deze korting geldt in beginsel voor een periode van vijf jaar. Als na deze periode nog moet worden bijgeteld, wordt op basis van het dan geldende recht bepaald of nog een korting van toepassing is. In 2018 is de korting voor elektrische auto’s 18% van de catalogusprijs van de auto.
Diezelfde korting geldt zowel voor nieuwe elektrische auto’s als voor elektrische auto’s waarvoor al vijf jaar een korting is toegepast. Dit betekent dat een oudere (bijvoorbeeld een 6 jaar oude) elektrische auto in 2018 uitkomt op een bijtelling van 25% minus 18%, oftewel 7%. Een nieuwe elektrische auto komt uit op een bijtelling van 22% minus 18%, oftewel 4%.
Dat is inherent aan de in de Wet uitwerking Autobrief II neergelegde aanpassing van het algemene bijtellingpercentage van 25% naar 22% voor nieuwe auto’s vanaf 2017, aldus staatssecretaris Snel.

Een ander verschil in de bijtelling tussen oudere en nieuwere auto’s kan ontstaan doordat na de periode van vijf jaar waarin de initiële korting (uit het beginjaar) is toegepast, op basis van het dan geldende recht moet worden bepaald welke korting dan van toepassing is. Voor een nieuwe elektrische auto uit 2018 bestaat op grond van overgangsrecht in principe vijf jaar recht op een korting van 18% van de catalogusprijs, dus in ieder geval tot en met januari 2023. Bij een elektrische auto uit 2012 geldt in 2018 diezelfde korting en is die korting in 2019 en 2020 gemaximeerd op € 9.000, omdat de bijtellingskorting voor nieuwe situaties vanaf 2019 alleen over de eerste 50.000 euro catalogusprijs geldt.

Menno Snel voegt daaraan toe dat volgens de huidige wetgeving in 2021 elke korting op de bijtelling vervalt, voor zowel auto’s met een datum eerste toelating in 2021 als voor auto’s waarvoor het overgangsrecht na 60 maanden niet langer van toepassing is. AMD automotive fiscalisten merkt daarbij op dat de regels vanaf 2021 echter nog moeten worden vastgesteld op basis van Autobrief III. Stimulering van elektrisch rijden is daarbij zeker niet uitgesloten.

Daarnaast merkt Snel op dat hij op dit moment werkt aan de tussentijdse evaluatie van de Wet uitwerking Autobrief II. Deze evaluatie moet een eerste beeld geven voor het antwoord op de vraag of de maatregelen uit de Wet uitwerking Autobrief II voldoen aan de verwachtingen. Hij streeft ernaar om de resultaten van de evaluatie voor de zomer met de Tweede Kamer te delen. Daarbij zal hij dan ook ingaan op de eventuele noodzaak voor tussentijdse aanpassingen. Eind 2018 start hij met het vormen van een langetermijnvisie op het stelsel van autobelastingen. Wij houden u op de hoogte!