AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2017 » Rechter gaat voorbij aan achteraf opgestelde rittenregistratie
Bookmark and Share

Rechter gaat voorbij aan achteraf opgestelde rittenregistratie

Een achteraf opgestelde rittenregistratie zonder objectief controleerbare gegevens levert geen tegenbewijs voor de bijtelling op. Dat was althans de uitkomst van een recente procedure bij Gerechtshof Arnhem.

Het ging daarbij over een naheffing van de bijtelling over maar liefst 5 jaren. In die jaren had deze directeur-aandeelhouder twee auto’s van zijn B.V. in gebruik. Voor één van beide was de bijtelling berekend, maar voor de andere niet.

Voor die zakelijk gebruikte auto was in het verleden wel een rittenregistratie bijgehouden, maar vanaf 2008 gebeurde dat niet meer. In de loop van 2008 had de B.V. ook schriftelijk aan de directeur laten weten dat alleen de ene auto “mede voor privégebruik aan u ter beschikking is gesteld”.

De achtergrond daarvan zal geweest zijn dat de zakelijke auto dan überhaupt niet ter beschikking staat, zodat ook tegenbewijs niet nodig is.

De rechter oordeelde echter dat het vaste rechtspraak is dat als “aan een belastingplichtige door zijn werkgever meerdere auto’s ter beschikking zijn gesteld, in beginsel voor ieder van die auto’s een bijtelling dient te worden toegepast”. Daar kan dan vervolgens tegenbewijs tegen geleverd worden. Dat hoeft niet per se een rittenregistratie te zijn. Ook op andere wijze kan overtuigend aangetoond worden dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Dat is echter wel een heel lastige bewijspositie. Dat bleek hier ook. Verklaringen van onder meer de echtgenote over het privégebruik van de auto werden ter zijde geschoven, omdat zij mede belang had bij de uitkomst van de procedure.

De rittenregistratie die de directeur alsnog heeft gereconstrueerd voor één van de controlejaren leverde evenmin het verlangde bewijs. De rittenregistratie bevatte volgens de rechters geen objectief controleerbare gegevens. Zo ontbraken bijvoorbeeld gegevens van de Nationale Auto Pas of facturen van garagebedrijven aan de hand waarvan de feitelijke kilometerstand op enig moment kan worden vastgesteld. Per rit bevatte de rittenregistratie ook geen begin- en eindstand van de kilometerteller van de auto, niet altijd de exact adressen, en de afstand was soms geschat. Omleidingen en extra kilometers voor bijvoorbeeld tanken en garagebezoek waren ook niet opgenomen.
De combinatie van alles was deze berijder heeft aangedragen was voor het gerechtshof onvoldoende tegenbewijs ter voorkoming van de bijtelling. 

Het direct starten met een goede (digitale) rittenregistratie kan dit soort discussies voorkomen. Bij gebruik van meerdere zakelijke auto’s tegelijkertijd kunnen soms ook afspraken met de belastingdienst gemaakt worden over de hoogte van de bijtelling.