AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2017 » Hoge Raad: tijdsevenredige BPM-heffing is EU-proof
Bookmark and Share

Hoge Raad: tijdsevenredige BPM-heffing is EU-proof

De Nederlandse BPM-heffing is binnen een Europa een lastig fenomeen. Mag er bijvoorbeeld wel BPM worden geheven op een tijdelijk in Nederland gebruikte huurauto?

Over die vraag heeft de Hoge Raad op 24 november 2017 uitspraak gedaan in een zaak van iemand die vier maanden lang een Duitse huurauto had gebruikt in Nederland. Deze huurder stelde dat er de BPM-heffing bij tijdelijk gebruik in Nederland niet EU-proof was.

Registratiebelastingen zoals in Nederland de BPM zijn binnen de EU niet geharmoniseerd. Heffing van BPM mag dan ook wel volgens het EU-recht, maar dan moet er wel voor gezorgd worden dat zo’n heffing niet in strijd komt met (in dit geval) het vrije dienstenverkeer binnen de EU.

Toen er nog geen tijdsevenredige BPM-heffing in Nederland bestond, werd bij aanvang van het Nederlandse weggebruik het volledige BPM-bedrag geheven. Ook bij een tijdelijk in Nederland gebruikte huurauto. Binnen het EU-recht is dat een niet toegestane belasting.
Inmiddels is de wet op dit punt gewijzigd. Er is nu een teruggaafmogelijkheid, waarbij in huur- en leensituaties directe verrekening bij aanvang van het binnenlandse weggebruik mogelijk is. Per saldo levert dat bij tijdelijk in Nederland gebruikte auto’s een tijdsevenredige heffing op. 

Het oordeel van de Hoge Raad is nu dan ook dat het nieuwe systeem niet strijdig is het met EU-recht. In dit geval werd de heffing bij het begin van het Nederlandse weggebruik (€ 10.939) direct verminderd met de teruggaaf bij het einde van het huurcontract (€ 10.104), zodat de BPM-heffing over deze 4 maanden € 835 was.